Uitleg: De sluitertijd

By eduard | juni, 1, 2011 | 2 comments

Het is tijd om het element ‘sluitertijd’ te beschrijven. Dit is het vervolg op het de post hoe je een technisch goede foto maakt. Vorige week heb ik hiervan de lensopening beschreven.

Als je de vorige posts heb gelezen weet je dat je met de lensopening de scherptediepte kan bepalen van je foto. De sluitertijd bepaald hoelang er licht op de sensor valt, (belichtingstijd vind ik misschien wel een betere term). Het licht valt door de lensopening op de sensor gedurende een bepaalde tijd. In de camera zit een sluiter die even open gaat en weer dicht gaat.
De sluitertijd wordt aangegeven in seconden, als je een foto wilt maken met een sluitertijd van 1 seconde is dit best lang. In de meeste gevallen zal de sluitertijd veel korter zijn dan een seconde. De tijd wordt dan aangegeven met 1/60 bijvoorbeeld, dit is dus “één zestigste van een seconde”  (dat is erg kort). Voor de goede orde, een sluitertijd van 1/125 is dus ruim de helft korter dan 1/60.

Wanneer kies je nu welke sluitertijd? Als we uitgaan van een technisch goede foto ga ik er in dit geval vanuit dat het object dat je vastlegt “stil staat” / bevroren is.

Voorbeelden:
1) Fotografeer je een auto die voorbij rijdt en je wilt het moment bevriezen moet je er dus voor zorgen dat je een hele korte sluitertijd kiest. Alles wat er gedurende die tijd gebeurt wordt vastgelegd op de sensor, dus als de auto beweegt zal de auto niet scherp zijn op de foto. Dus een 1/2000 zou een mooie waarde kunnen zijn.

2) Fotografeer je een landschap, waar doorgaans weinig in beweegt, kan je dus een veel langere sluitertijd kiezen, bijvoorbeeld een 1/60. Gedurende de tijd dat de sensor wordt belicht beweegt er immers niets.

Waar je ook rekening mee moet houden is de trilling van je handen. Tot welke waarde je nog uit de hand kan schieten (dus zonder statief) hangt voor een deel van je zelf af, van de lens en van de omstandigheden. Doorgaans is 1/60 wel de ondergrens bij een gewone lens (tot 70mm), als je met een telezoom werkt is 1/125 of zelfs 1/250 een betere waarde. Kom je toch op een langere tijd uit, en je hebt geen statief, probeer dan steun te zoek bij een muurtje of paaltje.

Door je camera in de T-stand (ook wel aangegeven met Tv) te zetten kan je je keuze maken voor je gewenste sluitertijd. Het fototoestel kiest dan een lensopening die voor een goed belichte foto zorgt.
Hoe de sluitertijd en de lensopening elkaar beïnvloeden zal ik later toe lichten.

QUICKTIP: in het kort wat moet ik onthouden?
Om de sluitertijd te bepalen zet ik mijn camera in de T-stand.
Bij bewegende objecten kies een korte sluitertijd.
Als je zonder statief fotografeert kies dan liever niet voor een langere sluitertijd dan 1/125 of 1/60 afhankelijk van de lens die je gebruikt.

2 Responses to Uitleg: De sluitertijd

Leave a Reply

Post Comment